Vals spelen

Kijk, zo iets maken wij nu nooit eens mee. We kunnen wel dromen dat Anand tijdens een toernooi in de toiletten wordt betrapt met een op volle toeren rekenende zakcomputer, maar we weten dat het nooit zal gebeuren. Vals spel is bij ons het terrein van de mindere goden onder ons genaamd, de krabbelaars. De groten maken zich er niet aan schuldig.

Bovendien, als schakers vals spelen, doen ze dat meestal zo onhandig dat het bijna zielig is. Spelers die een partij hebben verkocht, zijn altijd slechte acteurs. Ze komen een kwartier te laat, prullen aan hun tas, raffelen hun zetten af en werpen af en toe een minachtende blik op het bord alsof ze duidelijk willen maken dat hun beroepstrots is gekrenkt.

Leuke valsspelers zijn erg zeldzaam. Graag zou ik bewondering hebben gehad voor bv. Clemens Allwermann, de Duitse amateur die in 1998 in het kersttoernooi van Böblingen het succes van zijn leven behaalde door zijn grootmeesterlijke tegenstanders van de tafel te vegen. Hoe? Wel, met behulp van een zendertje in zijn stropdas en een gehaaide compagnon op afstand moesten alle grootmeester het opnemen tegen een computer.

Helaas, op de laatste dag van het toernooi bedierf Allwermann alles door zijn tegenstander na diens overgave te vertellen dat het mat in acht was. Hoe kon hij zo stom zijn? Er werd een onderzoek ingesteld en een paar weken later werd Allwermanns naam uit de uitslag van het toernooi geschrapt.

Grote schakers spelen niet vals, schrijf ik. Misschien is een andere omschrijving wel nauwkeuriger: grote schakers kunnen het zich permitteren af en toe de wet te overtreden omdat ze er altijd mee wegkomen. Bekend is toen Kasparov in Linares 1994 tegen Polgar een al voltooide, verliezende zet speelde (36 … Pc5) en deze  bliksemsnel terugnam, veroorzaakte dat opvallend weinig opwinding. Sommigen geloofden niet dat Kasparov het paard al had losgelaten, anderen beschouwden het als een kleine overtreding die alleen bestraft had kunnen worden als Polgar onmiddellijk had geprotesteerd. Als de arbiter niet achter zijn krant had gezeten was het anders gelopen. Ook hier weer geldt bij vals spel het recht van de sterkste.

GSM-nullen

Als een gsm rinkelt in de toernooizaal, wordt iedereen vrolijk. De schakers glimmen onmiddellijk van leedvermaak en de achter zijn krant weggeschoten arbiter is blij dat hij iets te doen heeft, want hij mag een nul uitdelen. Sinds 2003 is in het FIDE-reglement de bepaling opgenomen dat een speler wiens gsm afgaat, bestraft wordt met onmiddellijk verlies van de partij.

Al drie jaar lang wacht ik vergeefs op een gsm-incident bij één of ander toernooi.  De deelnemers aan invitatiegroepen zijn tot nu toe helaas zorgvuldig geweest. Ik heb geduld, ooit zal het vrolijke geluid van een rinkelend mobieltje ook op het podium klinken.

Toen de gsm-nul werd ingevoerd, vond ik de straf veel te zwaar. Als een hinderlijk geluid bestraft kan worden met een nederlaag, dan weet ik er nog wel een paar zoals; huilende kinderen die naar hun vader komen kijken of, ook heel erg, etende schakers. Vervelend als je een half uur moet luisteren naar een schaker, die heel wat chips moet vermaalen. Graag zou ik zijn zak naar zijn hoofd hebben gegooid, maar volgens mijn teamkapitain was dat reglementair helaas niet toegestaan.

Maar toen de berichten over de eerste slachtoffers binnenkwamen, begon ik de gsm-nul te waarderen, want de bijbehorende verhalen zijn vaak erg leuk. Neem de begrijpelijke teleurstelling van Ruslan Ponomariov tijdens het Europees teamkampioenschap in 2003. Let op, de wet was pas ingevoerd, maar toch. Voor het begin van zijn partij met de Zweed Agrest werd hij door organisatoren, arbiters en teamgenoten gefeliciteerd met zijn twintigste verjaardag. Echter twee uur later droop hij af met zijn cadeautjes en een reglementaire nul. Iemand was zo onverstandig geweest hem telefonisch geluk te willen wensen voor zijn verjaardag.

Andere gsm-nullen zijn moeilijk te begrijpen. Vorig jaar was de Kroaat Bogdan Bozinovic die in het open toernooi van Velika Gorica speelde zijn match als snel bedorven doordat in de vijfde ronde zijn gsm afging. Bozinovic herpakte zich snel en won zijn volgende twee partijen, maar zag in de slotronde zijn kans op een prijs volledig in rook opgaan, toen het inmiddels bij de arbiter bekende geluid opnieuw uit zijn jaszak klonk. Hoe dom toch.

Het kan nog gekker. Vorig jaar kwam bij een wedstrijd in een teamcompetitie een speler tien minuten te laat binnen. Haastig rende hij naar zijn bord, maar nog voordat hij was gaan zitten, rinkelde zijn telefoon. Na druk overleg en uitvoerige consultering van het reglement besloot de arbiter over zijn hart te strijken en te volstaan met een waarschuwing. Maar slechts een half uurtje later was de arbiter minder coulant toen dezelfde telefoon opnieuw afging.

Het is een goede regel die bij het schaken is geintroduceerd om gsm toestellen af te zetten. Niet zozeer vanwege het storende rinkeltje, maar vooral omdat binnekort op vele gsm’s Fritz mobile zal zijn geïnstalleerd. Echt hinderlijk is dus een tegenstander die met zijn Fritz mobile-telefoon opvallend lang wegblijft. Opletten hier.